Wat geloven wij
Als Christelijke Gereformeerde Kerken hebben wij geen een eigen leer.In leer en leven willen wij blijven in de lijn van de Reformatie, de Kerkhervorming. In het begin van de 16e eeuw ontdekte Luther opnieuw in de Bijbel, in de brief aan de Romeinen, dat zondaren gerechtvaardigd worden uit genade en door geloof alleen. Allerlei vrome door de roomse kerk voorgeschreven werken of zelf bedachte denkbeelden navolgen konden dat niet bewerken. Calvijn heeft in nauwe aansluiting aan de Bijbel de “nieuwe” leer uitgewerkt en beschreven. Zijn inzichten zijn in belangrijke mate terug te vinden in onze Nederlandse belijdenisgeschriften: de Nederlandse Geloofsbelijdenis, de Heidelbergse Catechismus en de Dordtse Leerregels. Als kerken stemmen wij in met deze belijdenissen en erkennen daarnaast ook de oudere belijdenisgeschriften die christelijke kerken overal ter wereld erkennen. De Apostolische Geloofsbelijdenis is daarvan de bekendste.
Aan het begin van de 19de eeuw kwam er in de Nederduits Gereformeerde Kerk, dé protestantse kerk van Nederland uit de Reformatie, steeds meer invloed van stromingen die een verlichte interpretatie van de Bijbel voorstonden. De naam van de kerk werd veranderd in Nederlandse Hervormde Kerk en de Dordtse Kerkorde van 1618 werd vervangen door een nieuw reglement. Veel kerkleden verzetten zich tegen deze ontwikkelingen en in 1834 leidde dit tot 'de Afscheiding'. Hier ligt de bakermat van de Christelijke Gereformeerde Kerken.
Terwijl in het vasthouden aan ‘Schrift en Belijdenis’ onze identiteit ligt, hebben wij toch een wat eigen karakter. Wij noemen enkele punten:
- Hoewel wij erkennen, dat de diepste achtergrond voor de genade ligt in Gods eeuwige verkiezing mogen wij uitgaan van het verbond en van de belofte, die de Here alle gedoopten zonder enige reserve of voorwaarde vooraf van harte aanbiedt.
- Lid zijn van de kerk betekent niet automatisch een behouden kind van de Here zijn. Daartoe is nodig het werk van de Heilige Geest in wedergeboorte, geloof en bekering. En dan niet alleen als beleden waarheid maar ook in ‘bevinding’, dat is als beleefde werkelijkheid. Dit werk van de Geest mag als belofte verkondigd worden en in het gebed van de Here gevraagd.
- Geen systeem prediken waar het gaat om aspecten als zonde en genade; wet en evangelie; belofte en eis; rechtvaardiging en heiliging; ellende, verlossing en dankbaarheid; enz. Naar tijd en gelegenheid, uitgaande van de tekst, krijgen de verschillende aspecten aandacht.
- Waakzaam zijn met betrekking tot zowel over- als onderschatting van de sacramenten van doop en avondmaal. Op grond van de eenheid van oud en nieuw verbond, staan wij de kinderdoop voor. En omdat in de Bijbel het avondmaal een gemeentelijk gebeuren is, waarbij de tucht moet kunnen functioneren, kennen wij geen 'open avondmaal'

